Gastcolumn: Oh dat geloof, de gruwel

Door: Kalle Brüsewitz

Oh dat geloof. “Ik ben christen”, de gruwel. Ik moest er niet aan denken. Christenen hebben zwarte kousen of heten Arie Boomsma. Christenen zingen Marco Borsato op een marktplein in Gouda en vinden dat nog leuk ook. Christenen doen heel gewichtig over zonde en hebben geen vrijheden van geaardheid of sekse. Christenen verzamelen zich om lichtshows en popbands in voormalige bouwmarkten en doen alsof ze heel hip zijn. Christenen, ach ja, christenen. Ik niet in ieder geval.

Daar sta je dan, met al je doopsgezinde vezels. Daar sta je dan elke zomer doopsgezinde jongerenkampen te leiden. Daar sta je dan al 15 jaar over vrede en gerechtigheid te praten op doopsgezinde conferenties. Daar sta je dan als redacteur en journalist van een doopsgezind magazine op de EO-jongerendag om het helemaal de grond in te schrijven, omdat je er niks van moet hebben. Daar sta je dan drankjes te drinken en diepe gesprekken te voeren met je beste vrienden, die je op één of andere manier allemaal via die wegen hebt ontmoet.

Dat besef. Geen omslachtige uitleg aan je klas- en studiegenoten, omdat je geen zin in de vooroordelen. Geen verhaal over vrede en zingeving, omdat je het woord ‘geloof’ wilt vermijden. Ze zouden het toch niet begrijpen. Dat er geloven zijn die je zelf laat nadenken. Waar je homoseksueel en dominee kunt zijn. Een geloof waar je gewoon biertjes kan drinken en seks kunt hebben als jij je daar goed bij voelt. Een geloof dat gelooft dat God zich echt niet met dat soort dingen bezighoudt. Het besef dat geloof gaat over gemeenschap en vertrouwen. Het besef dat geloof niet gaat over de Bijbel en al helemaal niet over anderen. Geloof gaat over het beste willen doen in volle overtuiging. Geloof gaat over omzien naar elkaar en proberen alles in het werk te stellen om de heilige geest te laten stromen. God zit niet op een wolk, God zit in mensen. En wat gebeurt tussen mensen is de kracht van de heilige geest. Maar je mag het ook liefde noemen, als je het allemaal te zwaar vindt klinken.

Jezus heeft natuurlijk niet echt bestaan. Hij heeft niet over water gelopen en hij heeft ook niet een shitload aan eten gemaakt uit zo weinig basismateriaal. De kracht van de verhalen is genoeg. Jezus liet zien dat de dood nooit het einde is. En dat is helemaal niet zwaar. Er is gewoon altijd een tweede kans, of een derde. Er is altijd genade, troost en hulp. Er is altijd hoop en liefde. Er is altijd een uitgestoken hand. Er is altijd een schouder om op te steunen.

Dit weet ik nu. Ik voel me verbonden met iedereen die het beste wil voor de wereld en streeft naar een betere wereld. En dan mag je christen, moslim, atheïst of aanhanger van het vliegende spaghettimonster zijn.

Oh dat geloof, ach ja. Ik in ieder geval wel.

Kalle Brüsewitz (1985) is afgestudeerd in theaterwetenschappen en kunsteducatie. Hij werkt als freelance journalist en redacteur voor o.a. Zinweb. 

Advertenties