Gastcolumn: Hoe wij dromen

Door: Eva de Groot

“God knows we try.
We suffer in everything that we do.
We still survive – do you see our lives?
We want change,
We are stopping the game”

We zitten in een cirkel op het gras in de zon. Vanuit het midden klinkt het schelle geluid van een beat die uit een telefoon komt; voor vandaag staat muziek- en rapimprovisatie op het programma. Iemand begint met de bovenstaande tekst. We hebben niets, geen budget voor boxen, lichtwerk, kostuums, we hebben zelfs geen oefenruimte deze week. Maar we hebben verhalen die we vertellen willen, vertellen moeten. We hebben onze lichamen, stemmen en elkaar, en dat is waar theater begint.

Wanneer ik met mensen spreek, zeg ik liever dat ik een theatergroep met negen vrienden heb opgericht. Dat die vrienden voornamelijk uit Niger komen en officieel de titel ‘vluchteling’ dragen laat ik inmiddels weg. Ik heb soms het gevoel dat die benoeming deze mensen reduceert tot hun afkomst en dat wij, stomtoevallig geboren in West-Europa, ze wel even laten zien hoe het moet. Dit vaak impliciete dualistische wij-zij-denken is wat ik juist probeer te vermijden, maar het is zo alomtegenwoordig, tegenwoordig. Dit is mijn poging om langs, over, door die muur te breken – dit is ons verhaal.

Vanaf het begin heb ik altijd geprobeerd het theater als doel an sich te behandelen en niet enkel als middel te gebruiken om de Duitse taal over te brengen of integratie te bevorderen. Hoofddoel was en is nog altijd het maken van kunst: een vorm vinden om woede, onbegrip en plezier te kunnen uiten en dat over te brengen en bovendien om de ervaring van intensiteit die zo eigen is aan theater te kunnen delen. Het opleggen van scenes, ideeën of teksten vind ik niet interessant; veel liever proberen we een democratische atmosfeer te creëren waar uit de chaos, een chaos die het koesteren waard is, mooie dingen ontstaan. De titel ‘Chef Theatre’ heb ik meteen van me af proberen te schudden, inmiddels noemen ze me Sister. En zo maken we samen iets heel bijzonders. Waar de meeste jongens in onze allereerste repetitie nog zeer onwennig een minuut lang, zonder te praten, op het geïmproviseerde podium stonden (hoppend van het ene been op het andere en zichtbaar onwetend over wat te doen met hun handen), stralen ze inmiddels een aangename zelfverzekerdheid uit. “This is how I dream,” werd in dezelfde rap benoemd, “We’ll play everywhere, every ghetto, every corner”. Deze zomer gaan we de straten van Berlijn opzoeken.

Ruim zeven maanden ken ik ze nu, deze mannen uit Kreuzberg – inmiddels wonen ze daar niet meer, inmiddels wonen sommigen van hen helemaal nergens meer. En niet voor het eerst. Het zijn harde waarheden waar ik telkens weer mee geconfronteerd wordt. Er zijn momenten waarop ik beslis de littekens te negeren, waarop we liever een spel spelen waarin iedereen lacht dan dat de pijn de nadruk krijgt. Het is een pijn die zij elke dag voelen, tenslotte. Het is niet over op het moment dat je als ‘de ander’ in Europa aankomt, het is pas in Europa dat de verschillen echt gecreëerd worden, dat de ander tot ander gemaakt wordt. Maar er zijn ook momenten dat ze hun verhaal vertellen willen, hun woede een stem geven en dan maken we scenes die hun alledaagse leven proberen te weerspiegelen. Ze hebben humor, deze mannen, weten als geen ander een grap in een zware situatie te plaatsen. Het publiek durft nog niet uitbundig te lachen.

Het blijft een moeilijke situatie, het ‘helpen’ van vluchtelingen, want is niet elke poging tot hulp een stap in de goede richting? Ik denk dat het reproduceren van hegemoniale structuren een gevaar is dat op de loer ligt. Het ‘voor een ander spreken’ is tegelijkertijd het tot zwijgen brengen van die ander, en ‘een stem geven’ lijkt nog altijd een hiërarchie te impliceren wanneer ik, als witte westerling, de privileges bezit om die stem af te staan. Naar een oplossing ben ik nog steeds op zoek, maar ik ben ervan overtuigd dat het erkennen van je eigen positie en het behandelen van de ander als totale gelijkwaardige een goede basis zijn. Dit is hoe wij dromen: we kunnen zoveel van elkaar leren, elkaar liefhebben, samen leven. Laat dat dan het uitgangspunt zijn.

Eva de Groot (1992) studeerde Kunsten, Cultuur en Media in Groningen en doet nu de Master Theaterwetenschappen in Berlijn. 

Advertenties