Goede bedoelingen

Door: Annemiek Lely

Daar staan ze weer. In de Kalverstraat, bij de pont of op het Leidseplein. Straatverkopers in opvallende kledij met een notitieblokhouder in de hand. Hun prikkende blikken en net iets te populaire aanspreekzinnen worden door voorbijgangers zoveel mogelijk gemeden. We weten dat ze er staan om vanavond een biertje in de kroeg te kunnen betalen. Op de enkeling na die nog niet door heeft dat de opperbaas boven modaal verdient. Een smekend praatje over arme beren of smeltende ijsblokken heeft geen zin meer. En toch borrelen altijd weer die schuldgevoelens op.

In het verleden liet ik mij geregeld een donateurschap van een goed doel aanpraten. Elke maand gingen enkele euro’s naar Wereld Natuur Fonds, Stichting Dierproefvrij, Unicef of Amnesty International. Een huisgenoot stelde dat die drie euro per maand slechts één wijntje op één uitgaansavond scheelde. Gelijk had ze, dus liet ik me weer door een verkoper ompraten. De keuze tussen een drankje of een olifant redden is snel gemaakt.

Totdat ik mij realiseerde dat de straatverkopers ook betaald krijgen. Anders dan de vrijwilligers die bijvoorbeeld in AZC’s de welkomstwinkel draaien, is het professioneel omkopen voor hen slechts een zakelijke aangelegenheid. Tel die paar centen per maand bij elkaar op en de conclusie is snel getrokken: met mijn donatie wordt slechts het loon van de verkoper betaald*.

Toen kwam ook nog de discussie over salarissen van topmannen die overduidelijk niet vanuit idealisme hun werk uitvoeren. Natuurlijk moeten deze mensen betaald worden, maar de getallen die in de media getoond werden zijn wel heel riant. Een goed moment voor mij om de donateurschappen op te zeggen dus. Echter, ontvang ik tot op de dag van vandaag ontvang nog post en e-mails of ik mij wil bedenken. De uren, het briefpapier en de verzendkosten die daarin gaan zitten, lijken mij ook niet bepaald rendabel.

Betekent dit dan dat we geen geld aan goede doelen moeten geven? Zeker niet. Enkele maanden geleden kwam de een oudere vrouw aan de deur. Ze vertelde me dat er flink bezuinigd werd op de gemeentelijke subsidie van de dierenambulance in Amsterdam. De organisatie draaide verlies en had mijn hulp hard nodig. Zo liet ik mij toch weer overtuigen, maar wel in de wetenschap dat mijn maandelijkse bijdrage echt een (klein) verschil maakt. Toen de vrouw vermeldde dat ze tijdens haar wervingstocht vooral in Amsterdam-Noord succes had, was ik stiekem toch een beetje trots op mijn buurt.

* Belangrijk om hier te vermelden is dat onze sponsoractie voor Only Friends wel degelijk verschil kan maken. Het Ronald McDonald Kinderfonds zei vorig jaar de jaarlijkse bijdrage op. Om te blijven bestaan is de organisatie op zoek naar andere financieringsmogelijkheden.  

Advertenties