Gastcolumn: Het is oorlog, van hier tot aan Bosnië!

Door: Maaike Wit

“Hoe erg zou het zijn op de Balkan? De meeste mensen die snappen er geen bal van. Het is oorlog, van hier tot aan Bosnië!” zong Ali B in 2004. Toen zong ik als puber enthousiast mee, twee vingers in de lucht. Een half jaar geleden verhuisde ik naar Sarajevo voor een stage over de genocide van Srebrenica op de Nederlandse Ambassade. Ik begon me af te vragen of Ali B er zelf wel een bal van snapte. In Bosnië was allang geen oorlog meer. Toch?

Grenzen in eigen land

De eerste maanden in Sarajevo bevestigden mijn voorgevoel. De mensen op straat waren vriendelijk. Ze leken zich vooral bezig te houden met uren koffie drinken en waterpijp roken, niet met wraak of geweld. De Dayton Akkoorden uit 1995 leken vredig over hen te waken. De vlaggen van de Office of the High Representative (OHR), die als internationale ad hoc institutie toeziet op de implementatie van de civiele onderdelen van de vredesakkoorden, wapperden geruststellend in de wind. Ik moest dan wel voor pannenkoeken met spek een half uur naar de Servische republiek rijden, omdat varkensvlees in de Federatie bijna niet verkrijgbaar is, maar verder merkte ik weinig van de scheiding van de staat.

Op een borrel in maart raakte ik verstrikt in een discussie over de etnische scheidslijnen van de Bosnische samenleving. Meewarig hoorde de man mijn optimistische kijk op de toekomst van het land aan. Hij schudde zijn hoofd: “Meisje, als je maar weet dat iedereen een Kalasjnikov in zijn achtertuin heeft begraven, voor als de oorlog weer uitbreekt.” Overdreef hij of was ik werkelijk zo naïef?

Is het dan nu oorlog?

Ik studeer Holocaust en Genocide Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Ik weet waar de mens toe in staat is, omdat ik er bijna elke dag over lees en leer. Compleet naïef op dit gebied zou ik mezelf dus niet willen noemen. Er is echter een verschil tussen de theorieën kennen van onderwijs en papier, en het gevoel van oorlogsdreiging ervaren hebben. Door verstreken tijd en afstand lijkt voor mensen zoals ik, veilig opgegroeid in Nederland, daadwerkelijke oorlog onrealistisch. Onwerkelijke zwart-wit beelden, een nieuwslezer op een televisiescherm of duizenden kilometers scheiden onze leefwerelden. Ik vergat dat hier in Bosnië iedereen het tegendeel van veiligheid heeft ervaren. De Eerste Wereldoorlog brak hier nota bene uit met de moord op Franz Ferdinand, vervolgens bezetten de Kroaten Bosnië tijdens Tweede Wereldoorlog en toen de burgeroorlog. De inwoners van Bosnië kennen het gevoel van omslag, van daadwerkelijk gevaar. Grafstenen markeren de kleinste stukjes gras, kogelgaten staren je gapend aan en mijnenvelden blokkeren zorgeloze toegang van de natuur. Mensen kennen het gemak van over de dunne lijn tussen vrede en oorlog stappen. En daardoor weten ze dat het weer kan.

Dit gevoel lijkt zelfs op de nieuwe generatie te zijn overgebracht. Nu Bosnische Serviërs plannen hebben gemaakt om een referendum te houden over het terugdringen van de bevoegdheden van het hooggerechtshof, lopen de spanningen in de media en in discussies op straat hoog op.  Het zoontje van een kennis zag een aantal dagen terug een stel jongens een vuurtje stoken en vroeg geschrokken: “Is het dan nu oorlog?”

Geschiedenis leidt de toekomst

De lange geschiedenis van oorlog kan op twee manieren geïnterpreteerd worden. Enerzijds zou je kunnen zeggen dat juist doordat Bosniërs weten wat oorlog inhoudt, het niet snel weer zal gebeuren. Anderzijds zijn ze gewend aan geweld, en koesteren sommigen gevoelens als wrok en wraak, waardoor de drempel om tot geweld over te gaan lager ligt. Daarbij komt dat alle klassieke ingrediënten voor nieuw geweld zijn aanwezig: de slechte economie, instabiele politiek en hoge werkeloosheid.

Ik besloot een Bosnische vriendin haar visie te vragen. Ze was in Sarajevo tijdens de oorlog. “Mijn generatie zal niet snel voor oorlog kiezen, maar de generatie na ons… Zij worden onbewust opgevoed met nationalistische ideeën. Indirect leren zij de oorlogservaringen van hun ouders, maar niet de directe trauma’s.” De jongeren van nu leren verschillende versies van de geschiedenis op gesegregeerde scholen. Bovendien zullen zij te kampen krijgen met de gevolgen van de slechte economie. Voor een Srebrenica overlevende die teruggekeerd is naar de RS, was het Servisch gekleurde onderwijs voldoende reden om zijn vier kinderen van school te halen. Ze kregen Russische les en moesten schrijven in het cyrillisch. “De daders van de genocide zijn beloond, niet gestraft. Zij kregen wat zij wilden: De Republika Srpska. De gevolgen van de vredesakkoorden zijn in wezen een beloning van genocide.”

De kloppende wond van Bosnië

Nu, zes maanden later, sta ik weer op een receptie. Een nieuwe stagiaire van een andere ambassade is er ook. Ze staat met een rode wijn in haar hand op hoge hakken te wiebelen. “Een nieuwe oorlog hier? Laat me niet lachen!” hoor ik haar zelfverzekerd zeggen. Ze is pas drie dagen geleden gearriveerd. Ik ben geneigd haar te vertellen wat die man mij een half jaar geleden op eenzelfde receptie zei, maar ik houd mijn mond. Wie ben ik als buitenstaander om te denken dat ik het beter weet? Ik hoop slechts dat ook zij de kans krijgt met politici, overlevenden, bewoners van zowel de federatie als de republiek te spreken om haar eigen – onderbouwde – mening te vormen.

Mijn conclusie is dat het conflict in Bosnië en Herzegovina nooit is opgelost, en daarom zou het weer kunnen gebeuren. De Dayton akkoorden werken als pleister, maar de wond daaronder is niet genezen. Zolang de nieuwe generaties blijven opgroeien met het wij-zij denken en de politici eenzelfde spel spelen op hoger niveau, zal de wond van Bosnië gevaarlijk blijven kloppen. Ik leg mijn theorie voor aan dezelfde Bosnische vriendin. Ze knikt: “De oorlog is Bosnië is nooit tot een einde gekomen. Het is veranderd van vorm en intensiteit, maar is nog altijd aanwezig.” Misschien zat Ali B er dan toch niet zo ver naast: Het is oorlog, van hier tot aan Bosnië.

Maaike Wit (1993) studeert Holocaust en Genocide studies aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is ze een van de initiatiefnemers van de Herinneringsfabriek.

Advertenties