De tevreden idealist

Door: Annemiek Lely

Tussen alle idealen en het vleesvrije dineren door, vergeten we soms wel eens dat we zelf ook nog bestaan. Toch geldt het cliché: wie niet voor zichzelf zorgt, kan ook niet voor een ander zorgen. In deze prestatiemaatschappij komt ‘de zelf’ soms op de laatste plaats te staan. Vaak gebeurt dit zonder dat je het doorhebt. Idealisten zijn bezig de wereld te redden, maar een betere wereld begint toch echt bij jezelf.

Sieta Keizer publiceerde afgelopen week een interessante column over haar ervaringen met een burn-out. Sieta hield van haar werk, maar merkte op een gegeven moment dat het niet meer ging. Ze zakte in elkaar.

Ik zie het steeds meer om me heen: (jonge) mensen die hard werken en tegen hun grenzen oplopen. Zelf heb ik daar ook een handje van. Ik houd van inspiratie. Zodra ik een idee heb, breng ik deze het liefst direct ten uitvoer. Heb ik geen ingevingen? Dan werk ik misschien nog wel harder. Ik probeer te compenseren dat ik even geen idee heb. Dit is voor velen het grote struikelblok. Mensen proberen constant te presteren in de hoop iets ‘goed(s)’ te doen. Tot het moment dat je inzakt en niets meer kunt.

Ik ben zeker niet de enige die het fenomeen van ‘workaholics’ ter discussie stelt. Trudy Dehue schreef het boek Betere mensen, waarin ze de huidige presentatiemaatschappij verklaart en aanpakt. Ook worden er diverse lezingen door het hele land georganiseerd en zijn er inmiddels verschillende documentaires over dit probleem. De grote vraag blijft echter: waarom doen we er niets aan?

We willen professioneel succesvol zijn en verlangen naar een gezin met drie kinderen. We willen dat de hele wereld van ons houdt, zonder enige uitzondering. We willen elk weekend met vrienden een café bestormen EN de kinderen aanmoedigen op de sportvereniging EN romantisch dineren met je geliefde EN een bezoekje aan je ouders brengen EN je social media accounts up-to-date houden. We willen teveel, maar kunnen het niet waarmaken. Waarom leggen we ons daar niet bij neer?

Soms denk ik: was ik maar huisvrouw. Tegelijkertijd kijk ik mezelf streng in de spiegel aan. Tegenwoordig is het voor een vrouw not-done om dat te verlangen. Ik wil stiekem ook helemaal geen huisvrouw zijn. Ik wil graag werken, maar dan zonder de druk te moeten presteren. Sterker nog: zonder die druk presteer ik vaak beter. Ik gun mezelf geen rust. Alles moet perfect. Ik moet een geëmancipeerde, tikkeltje feministische ‘self-made woman’ zijn die genoeg geld verdient om onafhankelijk van haar man te kunnen leven en ondertussen ook nog opkomt voor al het onrecht in de wereld. Als je dat allemaal van jezelf verlangt, is er geen energie meer om überhaupt iets van dat alles waar te kunnen maken. Laat staan om van jezelf te houden. Terwijl dat laatste misschien wel het belangrijkste van alles is.

Ook denk ik soms: laat ik een religie aanhangen, dan heb ik elke week een dag vrij. Dan MOET ik mijn telefoon uitschakelen en word ik niet gestoord door de vele prikkels van Whatsapp. Vorig jaar besloot ik dat ik mezelf moest uitdagen en ging een week offline. Hoe bevrijdend die week – ondanks de zonden – ook voelde, een jaar later ben ik eigenlijk niets opgeschoten. Ik worstel nog steeds met dezelfde verplichtingen die ik mezelf opleg.

Daarom is het nu tijd om constructief te zijn. Op dit moment is het fenomeen Omdenken een hit. De kern van dit idee is om beperkingen en angsten los te laten en te denken in mogelijkheden. Dit geldt ook voor alle verplichtingen die je jezelf oplegt. Wat als we gezamenlijk stilstaan bij wat we wel hebben? Dan heb ik een lieve, eigenwijze vent, een minstens zo eigenwijs, maar zeer knuffelbaar hondje, een fijn huis in een prettige wijk in een toffe stad (excuses voor alle superlatieven), de liefste vrienden en familie ter wereld en ook nog een hoop plannen om de wereld een beetje mooier te maken. Ik realiseer mij dat dit rijtje vol met externe factoren staan, maar ze maken me wel een tevreden mens. De volgende stap is om van jezelf te gaan houden.

Ik gebruik bewust het woord ‘tevreden’ want als we blijven streven naar puur geluk, maken we het onszelf weer veel te moeilijk. Je kunt niet elke dag gelukkig zijn. Er is niets mis met het streven naar, maar het vermogen om te kunnen relativeren is misschien wel waardevoller. Ook idealen zijn prachtig, maar ook niet altijd volledig haalbaar. Niets voor niets schreef ik geregeld in columns ‘alle beetjes helpen.’ Als we verwachten dat alle idealen gerealiseerd worden, slaan we door in extremisme en daar wordt de wereld absoluut niet beter van.

Aangekomen bij de laatste alinea van deze blog, voel ik me een tevredenheidsprediker. Ik geloof echter heilig dat hier de basis van liefde voor jezelf – en uiteindelijk dus ook voor de ander – ligt. Kijk naar wat je wel hebt, wat je wel kunt bereiken en durf daar tevreden mee te zijn. Al dat andere komt wel een keer. Of niet. Als je jezelf lief hebt, is het minder erg als het niet lukt. En nogmaals, ik ben de laatste die beweert dat dit makkelijk is. Toch ga ik nu heel tevreden met twee van mijn liefste vriendinnen een pizza eten. Vandaag ben ik in ieder geval een paar uurtjes een tevreden idealist.

Advertenties