De reizende filosofe #2 – De Uber

Door: Mirjam Eeken

Na een avondje in de kroeg met een vriend bestel ik vrijdagavond een Uber om me vanuit het centrum van Chicago naar huis te brengen. De chauffeur is verbaasd wanneer ik het adres opgeef. ‘Wat ga je daar doen?’ ‘Daar woon ik.’ Hij zegt niets, maar aan zijn neus zie ik al dat hij er iets van vindt. We rijden een tijdje over de interstate. Wanneer we de South Side naderen zet hij zijn Uber-app af, zodat er geen nieuwe verzoeken kunnen binnenkomen: ‘Ik wil geen mensen oppikken in dit deel van de stad. Veel te gevaarlijk.’ ‘De klanten?’ ‘Nee, die jongens op straat. Voor ik het weet, word ik in mijn auto overvallen.’ Ik laat het er maar even bij, maar dan vervolgt hij: ‘Ik werk al 30 jaar als taxichauffeur in deze stad. Ik denk dat je een enorm risico neemt door in dit deel te gaan wonen. Either you’re gonna be fine or either something terrible is gonna happen to you.’ Na deze bemoedigende woorden stap ik de taxi uit en ga mijn huis binnen. Ik ben er niet helemaal gerust op.

Die nacht lig in bed een beetje bang te wezen. Drie maanden elke dag de straten van de South Side over, dat kan toch nooit goed gaan? Ik denk aan de mannen die mij die ochtend nariepen dat ik een lekker wijf was en dat ik daar wel even wat op terug mocht zeggen. Wat zouden die nu doen? Ze waren waarschijnlijk lid van één van de tientallen gangs hier in de stad en gingen er ’s nachts op uit om rivaliserende bendes aan te vallen. Maar wat als ze het nou op mij gemunt hadden? Ze waren vast boos dat ik niets terug had gezegd die ochtend en zijn me gevolgd, waardoor ze nu ongetwijfeld weten waar ik woon. Zul je zien dat ze nu, ja hoor ik hoor al iets, bezig zijn het voordeurslot open te maken en mij hier, in dit veel te grote, stille bed, eens goed de waarheid komen vertellen. Ik zie de voorpagina van de Volkskrant morgen al: ‘27-jarige Nederlandse studente vermoord in Chicago’, met daaronder quotes van buurtbewoners als: ‘We zagen het al aankomen’en ‘dan had ze maar terug moeten groeten’. Het artikel zou afsluiten met de Uber-chauffeur: ‘Ja, die blonde die naar de South Side wilde herinner ik me nog wel. Leuke meid hoor, maar wel een beetje naïef.’

Zo rolde mijn verbeelding de nacht door. Maar waar ben ik nu eigenlijk bang voor, vraag ik mij de volgende ochtend bij daglicht – een welkom verschijnsel dat mij in staat stelt om weer op rationeel niveau over de zaken des levens na te denken – af. De Deense filosoof Søren Kiekegaard stelt dat onze angst niet gericht op iets bepaalds is, maar betrekking heeft op een ‘niets’. Waar we angst voor hebben blijft veelal oningevuld, zoals de angst voor het onbekende of voor de mogelijkheid, en ook kan de angst van toepassing zijn op de toekomst of het noodlot. Het ‘niets’ kan op die manier grote vormen aannemen, zonder dat we precies weten waar ze betrekking op heeft.

De angst die ik ervoer, is niets anders dan de angst voor een niets. Waar ik me eerst prima voelde in mijn buurt, waren er maar een paar zinnen van een taxichauffeur nodig om mijn angst voor het onbekende aan te wakkeren. In mijn verbeelding was de toekomst, die zich nog niet had aangediend, al in vele vormen verschenen, en met name in het donker ontpopte zij zich tot een heus monster. Rationeel zou je natuurlijk kunnen beredeneren dat de toekomst zich in vele gedaanten kan voordoen, je nooit kunt voorspellen welke van de oneindige mogelijkheden er werkelijkheid wordt en het daarom onnodig is om angst te voelen voor enkele van de opties. Maar onze angsten zijn wel degelijk functioneel. Het is zaak, zegt Kierkegaard, om ze niet uit te weg te gaan, maar te weten waarop ze betrekking hebben. De mens is een wezen dat van nature niet met zichzelf samenvalt, zoals een steen dat bijvoorbeeld wel doet, maar gedurende zijn leven op zoek is naar invulling en zin. Binnen de grenzen van dit leven kan hij proberen de angst op een goede manier te leren kennen en zo een beter mens te worden. De mogelijkheid die de angst met zich meebrengt is dat hij de mens de kans geeft om dichter bij zichzelf te komen.

Zo heeft de angst dat er ‘iets verschrikkelijks’ met me gebeurt ineens niet zo’n nare smaak meer. Ik hoef ‘alleen maar’ uit te vinden waar ik nu specifiek bang voor ben, door een open en eerlijke blik te hebben en niet aan de oppervlakte te blijven dobberen, om vervolgens steeds meer met mezelf samen te vallen en een keuze te kunnen maken over hoe ik me tot de onbekende toekomst wil verhouden. Ik hoef niet te leren geen angst meer te ervaren, maar juist hoe het is om op een goede manier angst te hebben. Dus mocht er iemand vannacht in een veel te groot en stil bed heel bang worden dat Donald Trump binnenkomt en je met zijn grijpgrage handjes begint te bepotelen, dan denk je gewoon: Donald, bedankt ouwe reus, weer wat geleerd vandaag.

Mirjam Eeken (1989) studeerde musicaltheater en filosofie. Dit najaar verblijft ze in de Verenigde Staten om te studeren aan de University of Chicago en haar masterscriptie te schrijven. De komende drie maanden verslaat ze voor ons haar gedachtes, ontmoetingen en verwonderingen vanaf de overkant van de Atlantische Oceaan.

Advertenties