De bore-out

Tot gisteren had ik nog nooit van een bore-out gehoord. Jij wel? Tijdens het koken kijk ik meestal een programma op NPO. Gisteren was het tijd voor Marlijn: de dolende dertiger. In verschillende afleveringen bespreekt Marlijn van Weerdenburg de dilemma’s waar de dertigers van vandaag tegenaan lopen. Als twintiger vind ik de rijkheid aan keuzes in het leven herkenbaar. In de aflevering van afgelopen dinsdag stond ‘werk’ centraal.

Marlijn spreekt met Rob Möllman. Hij vertelt dat er momenteel meer mensen hoogopgeleid zijn dan de beschikbaarheid van passende banen. Hierdoor komen mensen terecht op functies waarvoor ze over-gekwalificeerd zijn. In eerste instantie lijkt dit geen probleem. Velen zijn niet te beroerd om hard te werken en zijn vooral bezig met hun hypotheek. Na verloop van tijd merken ze echter dat de bezigheden ze gaan vervelen. Niet omdat ze het niet willen, maar simpelweg omdat ze andere kwaliteiten hebben. Als dit te lang duurt, is een bore-out gauw een feit.

Een bore-out klinkt als een luxeprobleem. Zelf heb ik net een onderzoeksmaster afgerond en voel me absoluut niet te goed om ander werk te gaan doen. Toch herken ik de symptomen van een bore-out. Ooit liep ik een stage waar het bedrijf in eerste instantie graag een HBO-er voor wilde hebben. Mijn stagebegeleider vond het vervelend dat ik “steeds het wiel opnieuw probeerde uit te vinden.” Op dat moment schrok ik van haar feedback, maar achteraf begrijp ik beter wat ze bedoelde. Ik ben opgeleid om na te denken over alles waar ik mee geconfronteerd wordt. Op de universiteit noemen ze dit denken op een meta-niveau. Wanneer ik een puur praktische functie uitvoer, moet ik deze vorm van denken uitschakelen. Hoewel die mogelijkheid er ongetwijfeld is, besef ik dat ik niets voor niets voor een universitaire studie gekozen heb. Ik vind het leuk om met mijn hoofd bezig te zijn. Conclusie: de stage paste niet bij mij als persoon.

Tijdens mijn afstuderen besloot ik dat ik de periode daarna alvast wilde invullen met werk. Achteraf zie ik dat ik dit deed om de angst om werkeloos te raken niet onder ogen te hoeven komen. Ik solliciteerde op een baan als publieksmedewerker, iets wat ik op mijn achttiende met veel plezier deed. De eerste weken wist ik de uren dat ik kaartjes scheurde prima door te komen, maar hoe langer ik het werk deed – en vooral hoe meer uren ik per week maakte – hoe ongelukkiger ik werd. Ik kwam doodmoe thuis en had verder niets meer aan mijn dag. Het was een ware worsteling om toe te geven dat ik ongeschikt voor deze functie was. Ik wil werken en wil me niet te goed voelen voor een functie waar ik – blijkbaar – te hoog opgeleid voor ben. De rust die ik ervaar nu ik dit durf te zien, is echter een groot cadeau. Dan maar een maand geen koffie buiten de deur. Ik kan prima leven zonder teveel luxe. Mijn geluk is meer waard.

In de aflevering van Marlijn: de dolende dertiger stelt actrice en zangeres Hadewych Minis dat wij het moeilijk vinden om te kiezen wat we echt willen. Enkele jaren geleden gaf zij haar vaste baan bij Toneelgroep Amsterdam op om een album te gaan maken. Haar droom kwam uit. “Ergens weet je wel waar je blijven moet,” vertelt ze Marlijn. Ik denk dat Hadewych hier een punt heeft. We weten het wel, maar durven het niet. We kiezen zekerheid boven een onzeker – financieel – bestaan. Waarom begon ik ooit met theaterwetenschappen? Zeker niet om rijk te worden, maar vanuit een passie. Waarom zou ik – nu ik afgestudeerd ben – die passie laten varen om alsnog in een stramien terecht te komen waar ik niet gelukkig van word?

Het is makkelijk praten. De huur moet ook betaald worden. Het liefst neem ik dertig verschillende vrijwilligersklussen aan, maar daarmee kan ik niet in mijn geliefde Amsterdam wonen. Kiezen voor hetgeen je gelukkig van wordt, is niet altijd haalbaar, maar bewust omgaan met belangrijke keuzes in het leven wel. Thuis komen te zitten met een bore-out is wel het laatste wat we willen. Dan is het toch helemaal niet zo erg om je eisen bij te stellen?

Advertenties