De reizende filosofe #3 – De macht van het protest

Door: Mirjam  Eekenfullsizerender

Eigenlijk hadden ze bovenop de Trump Tower
willen staan, om te wijzen en te lachen naar beteuterde Trump-aanhangers. Het Facebook event ‘Point and Laugh at Trump Tower on November 9th’ had al ruim 42000 geïnteresseerden. Zoals we allemaal weten liep het net even anders.

Woensdagmiddag, een dag na de onverwachte nederlaag van Hillary Clinton, verzamelen zich duizenden mensen voor de Trump Tower in Chicago om te protesteren tegen de nieuwe president. Ook in andere steden, waaronder New York, Los Angeles en Boston, wordt gedemonstreerd. Een groot deel van Chicago moet zich dinsdagavond op zijn zacht gezegd een hoedje zijn geschrokken. Op de televisiezenders zag men het Democratische blauw van de staat Illinois langzaamaan omsingeld worden door een blok van Republikeins rood. Wanneer zo ongeveer het hele lang roodgekleurd is, krijg ik een sms van mijn vriendin Alex, die een paar straten verderop woont: ‘I hate that this is my country.’ En zij is niet de enige die er zo over denkt.

‘You matter & I care’, staat er op het kartonnen bord dat Amy met haar linkerhand in de lucht houdt, terwijl ze zich met haar rechterhand aan een kruk staande houdt. Een gebroken been weerhoudt haar er niet van hier vanavond te komen protesteren. ‘Ik ben hier om mijn liefde en steun te delen. Dit is hoe democratie eruit ziet. Het verloopt allemaal heel rustig vanavond. De politie is aardig tegen de jongeren en de jongeren zijn aardig tegen de politie.’

Het zijn inderdaad vooral jongeren die op dit protest zijn afgekomen. ‘We want a president, not a fucking racist!’, schreeuwen ze. Als er wat geduw begint, gaan de demonstranten zitten en roepen: ‘Peaceful protest!’ waarna alles direct rustig wordt. Dit weerspiegelt de algehele houding tijdens de bijeenkomst vanavond. Toen een van de jongeren een waterfles de menigte in gooide, keerde de hele groep zich naar hem toe en riep dat dat niet de bedoeling van dit protest was. Uiteindelijk hield de politie vijf mensen aan, voornamelijk vanwege verstoring van de openbare orde.

Mijn oog valt op Daniel, een Latijns-Amerikaanse jongen die druk gebarend met een agent in gesprek is en hem overduidelijk van zijn mening probeert te overtuigen. De agent knikt begrijpend wanneer Daniel uitlegt waarom hij hier is. ‘Ik ben een Latino, dus ik representeer de Latinogemeenschap. Ik ben hier ook voor iedereen op wiens rechten inbreuk wordt gedaan, zoals LGBT’s, zwarten, vrouwen en migranten. Een groep luide mensen heeft deze verkiezingen gewonnen. Wij kunnen niet meer achterover zitten; wij worden ook luid!’ Zijn vriend Zack voegt daaraan toe: ‘Het is belangrijk dat we niet op haat reageren door middel van haat. Als dat gebeurt, dan hebben we het punt gemist en bestendigen we een cirkel van cynisme. Ik denk dat woede absoluut gerechtvaardigd kan zijn, maar het moet nooit omslaan in haat.’

Beide jongens zijn het er over eens dat het grootste probleem dat de figuur Donald Trump met zich meebrengt is dat hij haat representeert en de bevolking daar op dit moment ontvankelijk voor is. Volgens Zack heeft Amerika al lange tijd geleden voor Trump gekozen, nog voordat hij zich überhaupt kandidaat stelde. Hij doelt hiermee op de omgeslagen sfeer in de samenleving, waarin basisrechten en -waarden van de bevolking niet meer door iedereen worden erkend, en hij omschrijft deze situatie als ‘een samenleving die liever op zoek gaat naar entertainment dan naar ontmoeting.’

Dit gebrek aan ontmoeting is een moeilijkheid waar veel Amerikaanse jongeren meer worstelen. Zij verzamelden zich afgelopen jaar massaal rondom de Democratische kandidaat Bernie Sanders, een man met een hogere leeftijd dan Hillary Clinton, maar desondanks in staat om deze groep millenials aan te spreken. Jongeren voelden zich gerepresenteerd door de man die een open dialoog wilde aangaan, en bovendien een schoner imago had dan Hillary ‘het grote geld’ Clinton. Ze zijn op zoek naar een vorm van eerlijkheid en openheid die met de golf van het kapitalisme verloren te lijkt te zijn gegaan.

Bernie lukte het niet, Hillary uiteindelijk ook niet. Wanneer het dan zover is gekomen dat Donald straks als President Trump in het Oval Office plaatsneemt, zit er voor deze jongeren niets anders op dan te protesteren, hun stem te laten horen en de democratie ten volle te benutten. De Franse filosoof Michel Foucault meende al dat weerstand de enige manier is om machtsrelaties, waaraan wij allen onderhevig zijn, aan te pakken. We moeten hierbij niet denken in individuele machtstermen, waarin de één de macht heeft en de ander niet. Macht is volgens Foucault zo door alle systemen verweven dat zij asymmetrisch is. Op individueel niveau kan men desondanks weerstand bieden. Denk bijvoorbeeld aan Rosa Parks, die met haar weigering om haar zitplaats in de bus aan een witte op te geven op persoonlijk niveau protesteerde tegen een veel groter systeem van machtsrelaties dat vervolgens onder vuur kwam te liggen.

Het verleden heeft ons vaak genoeg getoond hoe zinvol protest kan zijn. Zonder The March on Washington en de toespraak van Martin Luther King was de Civil Rights Act van 1964, die discriminatie van de zwarte bevolking moest tegengaan, er waarschijnlijk niet geweest. Actiegroep Black Lives Matter liet de afgelopen maanden vaak van zich horen tijdens campagnebijeenkomsten van de presidentskandidaten en zorgde er daarmee voor dat de aandacht voor het hedendaagse geweld en racisme tegen de zwarte bevolking niet onder tafel werd geschoven.

Ik wil hiermee niet zeggen dat de huidige protesten de positie van Donald Trump als aankomend president aan het wankelen kunnen brengen; hij als éénling is niet het doel. Macht is geen institutie of structuur, maar een strategische situatie, die van alle kanten komt en daardoor ongrijpbaar is. Trumps verkiezing is wellicht de hoofdreden geweest om in opstand te komen, maar dit protest gaat verder dan het ageren tegen een individu. Chicago sprak woensdag een collectief ‘nee’ uit tegen de nationale machtsrelaties waarin zij nu verwikkeld is; een machtsrelatie die alleen door weerstand geanalyseerd en gereconceptualiseerd kan worden.

Deze stad zal zich allesbehalve verzoenen met de aankomende situatie. Na ruim negen uur protesteren keren de demonstranten huiswaarts en kunnen de politiepaarden weer op stal, maar voor de komende tijd staan meer protesten gepland. Als ik naar de metro loop krijg ik nog een Hitlergroet van een man die ‘Lock her up!’ in mijn gezicht schreeuwt. Ik kijk een beetje schaapachtig naar zijn verschijning, maar loop dan glimlachend door, wetende dat de leus die heel Amerika deze avond hoorde was: ‘No Trump, no KKK, no fascist USA!’

Mirjam Eeken (1989) studeerde musicaltheater en filosofie. Dit najaar verblijft ze in de Verenigde Staten om te studeren aan de University of Chicago en haar masterscriptie te schrijven. De komende drie maanden verslaat ze voor ons haar gedachtes, ontmoetingen en verwonderingen vanaf de overkant van de Atlantische Oceaan.

Advertenties