Is Holocausteducatie gedateerd?

Vanmiddag bezocht ik het symposium Holocaust en geschiedenisonderwijs ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de stichting Vrienden van Yad Vashem NederlandCentraal stond de vraag hoe en of er anno 2016 onderwijs gegeven moet worden over de Holocaust in Nederland, maar ook in bijvoorbeeld Duitsland en de Verenigde Staten. Persoonlijk vind ik de of-vraag irrelevant. Natuurlijk moet er vandaag de dag aandacht besteed worden aan Holocausteducatie, zowel voor kinderen als volwassenen. Over de hoe-vraag valt te twisten.

Ik ben een Goj, een blonde, niet-Joodse vrouw van 26 jaar oud. Wat weet ik van de Holocaust? Ik weet niets van de Holocaust, maar wel over de meest omvangrijke georganiseerde genocide ooit. Vier jaren geleden werd ik gegrepen door het project Open Joodse Huizen/Huizen van Verzet in Amsterdam. Wat mij aansprak aan deze manier van herdenken is de ruimte voor het individu. Van de geschiedenisles op school kennen we het getal 6 miljoen, maar wie waren al die mensen? Wie woonde er nog geen honderd jaren geleden in jouw huis?

Als kind was ik geïnteresseerd in het dagboek van Anne Frank. Ik heb geschiedenislessen nooit saai gevonden, integendeel, maar haar verhaal deed iets met me wat in het klaslokaal niet gebeurde. Het Achterhuis gaf één van de 6 miljoen Joden (en vergeet niet de andere slachtoffers: Roma’s, Sinti’s, homoseksuelen, gehandicapten, Jehova’s, socialisten en verzet) een gezicht.

Vandaag sprak directeur van de Anne Frank Stichting, Ronald Leopold, over het fenomeen ‘Holocaustmoeheid.’ Vanuit de zaal klonken verontwaardigde geluiden. Natuurlijk, want iedere aanwezige woont het symposium bij vanuit betrokkenheid aangaande het onderwerp. Hoewel ik diezelfde verontwaardiging voelde, moet ik toegeven dat ik ergens wel begrijp dat de huidige generatie scholieren weinig voelen bij de gebeurtenissen van meer dan zeventig jaren geleden. Nogmaals, ik weet niets van de Holocaust. Niemand weet iets van de Holocaust. Alleen de overlevenden.

De gebeurtenissen die in de periode 1933 – 1945 in Europa plaatsgevonden hebben, zijn voor onze generatie onvoorstelbaar en daardoor abstract. Ik geloof dan ook niet dat een geschiedenisles inzicht geeft in wat mensen elkaar destijds aangedaan hebben. Ook een bezoek aan Open Joodse Huizen of het lezen van Het Achterhuis verschaft geen daadwerkelijk begrip, maar helpt wel om te zien dat een massa uit individuen bestaat. Getallen worden mensen en daarmee de feiten onmenselijker.

Een andere veelbesproken discussie is die van generalisatie. Vorige week (9 november) werd de Kristallnacht herdacht. In Amsterdam vinden twee verschillende herdenkingen plaats. De ene groep vindt dat aandacht voor alle slachtoffers van genocides (te denken aan o.a. Rwanda en Bosnië) moet zijn, terwijl de andere groep graag ruimte voor deze specifieke gebeurtenis wil. Mag de Holocaust vergeleken worden met andere genocides? Dit is en blijft een lastige kwestie. Argumenten lijken algauw de gebeurtenissen te bagatelliseren en dat is wel het laatste wat we willen. Volgens mij is het belangrijk om voorop te stellen dat de Holocaust met zijn organisatie en omvang een ‘unieke’ geschiedenis is. Ik denk dat het belangrijk is om hier op bepaalde dagen in het jaar bij stil te staan. Die ruimte moet er ook voor herdenkingen van andere genocides zijn.

Tijdens het symposium besprak Leopold eveneens de vraag of Holocausteducatie mag dienen om zaken als pesten en discriminatie ter discussie te stellen. “Pesten is echt iets anders dan massa-vervolgingen,” stelde hij. Hoewel ik hem hier gelijk moet geven, ben ik het echter niet met zijn standpunt eens. Volgens mij gaat het in beide gevallen om het thema ‘uitsluiting’ en helaas is de Holocaust het vreselijkste voorbeeld van wat het uitsluiten van groepen mensen tot gevolgen kan hebben.

Tijdens zijn voordracht citeerde Leopold Otto Frank die stelde: “we better learn lessons from history rather than learn history lessons.” Laten we ons niet bekommeren om de vraag of Holocausteducatie gedateerd is, maar laten we ons vooral bezig blijven houden met het doorgeven en het nastreven van de volgende boodschap: dit mag nooit meer gebeuren.

Binnen de Joodse gemeenschappen wordt het woord ‘Shoah’ meestal geprefereerd. Dit heeft te maken met de letterlijke, Griekse betekenis van het woord Holokaust (brandoffer.) Omdat de naam van het symposium ‘Holocaust’ bevat, heb ik besloten om toch dit begrip aan te houden. 

Advertenties