De reizende filosofe #5 – Terugkeren

Door: Mirjam Eeken

Als ik naar het Centraal Station in Amsterdam moet, parkeer ik mijn fiets altijd in de fietstunnel onder de Prins Hendrikkade. Terwijl ik in bijna horizontale positie mijn fietsslot aan mijn voorwiel probeer te bevestigen, balancerend tussen zes fietsen die reeds in hetzelfde rek staan, kijk ik dan uit op een muur met de zin ‘Terugkomen is niet hetzelfde als blijven’. Ik heb me altijd enigszins geschaamd dat deze regel van Belle van Zuylen mij aanspreekt, omdat ik ten eerste niet van oneliners houd en ik de zin ten tweede nogal zoetsappig vond klinken.

Misschien ga je clichés meer waarderen met een jetlag, want toen mijn twee slaperige benen vorige week weer op Amsterdamse grond stonden en voorbij deze tekst wandelden, bleef mijn hoofd er wat beduusd naar staren. Een paradox, die zich met deze simpele dichtregel liet uitleggen, had zich sinds mijn terugkeer uit Chicago in mijn hoofd genesteld en weigerde resoluut om zich te openen. Het veroorzaakte een gek gevoel wat mij verhinderde om te aarden in de plaats die ik zo goed kende.

Bij terugkomst was Amsterdam hetzelfde geweest. De mensen, de straten, de overvolle fietsenstallingen. Ik had verwacht dat dit gevoel van herkenning prettig zou zijn en zou helpen om me snel weer thuis te voelen na mijn reis, maar dat bleek niet het geval. In plaats van de vrijheid te ervaren om het oude leven weer op te pakken en door te gaan als voorheen voelde ik me geïrriteerd. Ik was boos op de stad die mij met open armen ontving, omdat zij wilde dat ik mijn leven verder leefde zoals ik het drie maanden geleden achterliet, alsof al mijn verse herinneringen, gedachtes en verbintenissen nooit bestaan hadden. Omdat de stad niet veranderd leek, dacht ik dat zij hetzelfde van mij verlangde.

Een paar dagen later, na een avond Jupiler in mijn stamkroeg, fiets ik door de Jordaan naar huis. Op de brug over de Egelantiersgracht stop ik. Dit is altijd al mijn favoriete nachtelijke plaatje geweest, met de ouderwetse lantaarns die de huizen en de gracht door het donker heen laten glinsteren. Mijn nachtelijke aangeschotenheid maakt enigszins melancholiek, want ik besef dat het al jaren geleden is dat ik op een dergelijk idioot tijdstip mijn fiets stil heb gezet om naar de schoonheid van de stad te kijken. Nog in Chicago had ik verwacht dat ik Amsterdam na mijn terugkeer met een frisse blik zou aanschouwen, alsof zij nieuw en nog onbewerkt door mijn ervaringen was. Onzin natuurlijk. Zo nieuw als toen ik hier voor het eerst kwam wonen zal ze nooit meer worden. Ik ben die blik van toen verloren, maar daarmee blijft niet alles vanaf nu bij het oude. Die stad is namelijk nooit veranderd. Het is mijn chagrijnige gemoed dat op maandag alle toeristen, bakfietsouders en automobilisten kut vindt, terwijl ik op mijn vrolijke dinsdag om diezelfde bakfietsouder met haar kind moet glimlachen. Het is de openheid die iets nieuw maakt – de blik die je eerst niet had omdat je die nog moest vergaren. Zo toont de stad zich in nieuwe details. Terugkomen is niet hetzelfde als blijven, denk ik, want zelfs met alle moeite van de wereld zal ik nooit mijn oude leven kunnen voortzetten waar het drie maanden geleden stopte. En dat is maar goed ook.

Ondanks de hervonden kijkrichting was dit niet mijn laatste verhaal vanuit Chicago. Ik heb besloten om mijn reis voort te zetten en zal volgende maand terugkeren naar de Windy City, op zoek naar nog meer verborgen verhalen.

Mirjam Eeken (1989) studeerde musicaltheater en filosofie. Dit najaar verblijft ze in de Verenigde Staten om te studeren aan de University of Chicago en haar masterscriptie te schrijven. De komende drie maanden verslaat ze voor ons haar gedachtes, ontmoetingen en verwonderingen vanaf de overkant van de Atlantische Oceaan.

Advertenties